De bouwsom is het bedrag dat u bij de gemeente opgeeft als de verwachte kosten van uw bouwproject, en dat bedrag vormt vaak de basis waarop de gemeente de leges voor uw vergunning berekent. U bepaalt die bouwsom normaal gesproken aan de hand van een offerte of begroting van de aannemer, of — als u zelf bouwt of verbouwt — aan de hand van een reële inschatting van materiaal- en arbeidskosten.
De meeste gemeenten vragen in het aanvraagformulier expliciet naar dit bedrag, exclusief btw. Wat u daarbij wel en niet meetelt, staat meestal uitgelegd in de tarieventabel bij de legesverordening van uw gemeente. Die tabel verschilt per gemeente, maar de hoofdlijn is in de meeste verordeningen vergelijkbaar.
Wat telt mee in de bouwsom
In de regel gaat het om de aannemingssom: het bedrag dat een bouwbedrijf in rekening zou brengen voor het uitvoeren van het werk, inclusief materiaal en arbeidsloon. Ook installaties die een vast onderdeel van het bouwwerk worden — denk aan leidingwerk, een verwarmingsinstallatie die aan het pand vastzit, of ingebouwde keukenapparatuur — tellen in veel verordeningen mee, omdat ze niet los van het bouwwerk te verwijderen zijn zonder dat te beschadigen.
Bouwt u in eigen beheer, zonder aannemer, dan vraagt de gemeente meestal toch om een reële bouwsom: niet wat het u toevallig kost omdat u zelf klust en materiaal inkoopt tegen stuntprijzen, maar wat het zou kosten als een aannemer het werk zou uitvoeren. Veel gemeenten werken daarvoor met een normbedragentabel of verwijzen naar een erkende kostenraming, juist om te voorkomen dat de bouwsom kunstmatig laag wordt opgegeven.
Wat buiten de bouwsom valt
Kosten die niets met de bouwkundige realisatie te maken hebben, blijven meestal buiten beschouwing. Grondkosten, de aankoopprijs van de kavel, notariskosten, financieringskosten en de legeskosten zelf horen daar doorgaans niet bij. Ook losse inrichting — meubels, gordijnen, een vrijstaande kast — telt in de regel niet mee, omdat die niet integraal onderdeel wordt van het bouwwerk.
De precieze afbakening verschilt per gemeente en staat in de tarieventabel die bij de legesverordening hoort. Daar leest u ook hoe de gemeente omgaat met btw, met meerwerk dat later wordt toegevoegd, en met projecten waarbij meerdere bouwdelen tegelijk worden aangevraagd.
Hoe u het bedrag in de praktijk bepaalt
Heeft u al een offerte van een aannemer, dan is dat meestal het eenvoudigste uitgangspunt: het offertebedrag exclusief btw geldt in veel gevallen direct als de bouwsom. Heeft u nog geen offerte, dan vraagt de gemeente vaak om een onderbouwde raming, bijvoorbeeld op basis van vierkantemeterprijzen die in de bouw gangbaar zijn voor het type werk dat u laat uitvoeren.
Bij twijfel over wat wel en niet meetelt, is het verstandig om de tarieventabel van uw eigen gemeente te raadplegen voordat u het formulier invult. per situatie uitgezocht welke vergunning en welk tarief van toepassing zijn geeft u een eerste houvast, zodat u niet zelf in een lange verordening hoeft te zoeken. Ook kunt u in een paar vragen een eerste inschatting krijgen van de leges die bij uw project passen.
Waarom een te lage opgave later duurder uitpakt
Een aantal gemeenten controleert achteraf of de opgegeven bouwsom overeenkomt met de werkelijke bouwkosten, bijvoorbeeld bij de oplevering of bij de eindafrekening van de aannemer. Blijkt de uiteindelijke bouwsom hoger te zijn dan wat u had opgegeven, dan kan de gemeente de leges herberekenen op basis van het werkelijke bedrag. U betaalt dan alsnog het verschil, en in sommige verordeningen komt daar een nadere vaststelling bovenop als de afwijking groot is.
Een te lage opgave levert dus zelden voordeel op dat standhoudt. Het risico zit niet alleen in het bedrag zelf, maar ook in de vertraging die een herberekening kan veroorzaken, terwijl de bouw intussen al loopt of al is afgerond. Een realistische inschatting vooraf, het liefst onderbouwd met een offerte, voorkomt die discussie achteraf.
Wat als u het niet zeker weet
Twijfelt u of een bepaalde kostenpost wel of niet in de bouwsom hoort, dan is de tarieventabel bij de legesverordening van uw gemeente de eerste plek om te kijken; die is openbaar en bij de aanvraag op te vragen. Voor de uitleg van specifieke posten, of als uw project een combinatie van bouwdelen bevat waarvoor de verordening niet eenduidig is, is overleg met de gemeente of een deskundige op dit gebied de aangewezen route — permi.eu vult dat aan met de vindplaats en de peildatum van de regeling die voor uw gemeente geldt, zodat u weet waar de informatie vandaan komt. Meer uitleg over hoe die gegevens worden verzameld, leest u op de pagina over waar onze informatie vandaan komt.
Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen over uw specifieke situatie, dan vindt u meer antwoorden over de aanvraag en de bijbehorende kosten. Wilt u meteen weten of uw project vergunningplichtig is en wat de leges ongeveer gaan kosten, dan is de gratis check op permi.eu een logische eerste stap.